Home Postbus Informatie Nederlands English
Home Zoeken Weblinks
DE POSTZEGEL


Terug    DE OORSPRONG VAN DE POSTZEGEL

De georganiseerde post begint rond 900. De eerste post werd verzorgd door kloosterboden. Oorspronkelijk brachten zij mededelingen van hun eigen orde mee, maar later namen zij ook brieven mee van particulieren. De brieven werden van klooster naar klooster gebracht maar ze werden ook met andere kloosterboden uitgewisseld. In de tijd van de kloosterboden gebruikte mensen nog perkamenten rollen. Commentaar of andere meldingen werden aan de rol genaaid. De kloosterboden bleven bestaan tot het einde van de Middeleeuwen ±1500. Met de opkomst van de steden ±1300 kwamen er ook nieuwe bodes dit waren de stadsboden. Zij trokken van stad tot stad om overheids papieren over te brengen. Later namen ze ook brieven van particulieren mee als dit gunstig was voor hun reisplan. Ze bleven bestaan tot ±1650. Omdat de handel steeds belangrijker werd werden er koopmansboden aangesteldt, deze brachten brieven van kooplieden rond. Dit waren de eerste postbodes met een vaste route op een vaste tijd.

Een postiljon

In ±1600 worden voor het eerst door de stadsbesturen reglementen opgesteld voor het verzenden van poststukken. Nu werd er ook voor het eerst gepraat over briefport. De bodes hadden een vast traject tussen de steden. Post naar het platteland werd niet toegestaan. De port werd na de reis verrekend met de ontvanger want anders dan nu betaalde de ontvanger. De bodeambte hield zich alleen bezig met het postverkeer en bezorgde zelf geen brieven. Vaak werd de functie van bodeambte door heren bekleed met veel aanzien. Ze werden gekozen door het stadsbestuur. De bodes maakten zware tochten, zoals tijdens de tachtig jarige oorlog in deze tijd werden veel bodes op hun traject aangevallen door soldaten. Na de vrede in 1648 nam het postverkeer erg toe. Na de toename van het postverkeer werden de bodenlopen omgezet in bereden boden, ook wel postiljons genoemd. De functie van bodeambte werd omgezet naar de functie van postmeester. Per bodekantoor was nu 1 postmeester, in grote steden waren meerdere kantoren en werd een generaal-postmeester aangesteld welke ging over meerdere kantoren. In 1667 kwam ook de eerste stempel. Dit was de 3 stuivers stempel. Deze werd bij aankomst gestempeld in de steden Amsterdam, Rotterdam en Den Haag. De stempel werd gebruikt tot 1807.

Toen de Bataafse Republiek werd ontbonden zette Napoleon zijn broer Lodewijk-Napoleon op de troon van Holland en werd het koninkrijk Holland geboren. De organisatie van het postwezen ging door en zo kwam er op 17 April 1807 een eenheid in de bepaling van de te betalen port. Ook werd de eerst postwet gemaakt dit was art. 11 hierin stond dat het brieven vervoer vanaf 1807 staatsmonopolie was. Bij de invoering van deze wet was het aantal postkantoren 48 deze waren verdeeld in 5 post-arrondissementen. Later kwam er door de annexatie van Oost-Friesland een 6de arrondissement bij. Ook werd er in 1809 de paardenposterij ingesteld en deze werd pas met de nieuwe postwet in 1854 ontbonden. De stempels voor een kantoor waren toentertijd gewoon de stadsnaam in blokletters. Gefrankeerde brieven werden gestempeld met P.P. (=Post Paye).

Terug    DE BEGINPERIODE VAN DE POSTZEGEL

Toen de postzegel nog niet was bedacht, moest meestal de ontvanger van post voor de zending betalen. Dit gaf problemen als de geadresseerde de brief niet wilde hebben, of als hij verhuisd was. Dan bleef de postbode met de post zitten, zonder dat de kosten voor bezorging konden worden geïnd. De Engelsman Rowland Hill bedacht in 1837 het systeem om niet de ontvanger maar de afzender van een brief de kosten voor het vervoer te laten betalen. Om te bewijzen dat hij had betaald, moest de afzender op het postkantoor een bewijs van betaling kopen. Dit bewijs van betaling is wat we nu kennen als een postzegel. Als die postzegel op een brief was geplakt, was de afzender "vrij van belasting". De Schot James Chalmers (1782-1853) was de uitvinder die de zelfplakkende postzegel introduceerde en hiermee het systeem van uniforme posttarieven. Het idee van Rowland Hill werd door het Britse parlement voor toepassing aanvaard en door de Engelse koningin Victoria goedgekeurd. Op 6 mei 1840 werd de allereerste postzegel ter wereld op een brief geplakt. De postzegel toont het portret van Koningin Victoria en de woorden postage en one penny. Postage betekent port en one penny was het tarief dat voor een gewone brief moest worden betaald. Vanwege de kleur wordt deze eerste postzegel wel de Penny Black (zwarte zegel van een penny) genoemd. Op deze eerste postzegel wordt geen landsnaam vermeld. Dat vond men toen niet nodig, want men ging er van uit dat iedereen op de wereld koningin Victoria kende. Omdat het Verenigd Koninkrijk als eerste land postzegels uitgaf, heeft dit land later het recht verkregen om geen landsnaam te vermelden, in tegenstelling tot alle andere landen die postzegels uitgeven en die zijn aangesloten bij de Wereldpostunie. Daar staat tegenover dat altijd het profiel van het staatshoofd in een hoekje van de Britse postzegels staat.

De eerste Nederlandse postzegels verschenen in 1852.


In 1848 had het Hoofd der Posterijen een rapport opgesteld over het gebruik van postzegels. De invoering van de postzegel werd nog tijdens behandelen van de Postwet door de Tweede Kamer geregeld. Vanaf 1 januari 1852 konden in Nederland postzegels worden gebruikt. De eerste Nederlandse postzegels tonen koning Willem III en profile, met de tariefaanduiding en het woord Postzegel. Het ontwerp was van de Amsterdamse kunstenaar Johann Wilhelm Kaiser. Naar zijn ontwerp werden drie platen vervaardigd - voor elk tarief één. De graveur was Jacob Wiener, die ook de platen voor de eerste Belgische postzegels had gemaakt. De postzegels werden gedrukt bij de Koninklijke Nederlandse Munt (voorheen 's Rijks Munt) te Utrecht, op handgeschept papier. Ze waren ongetand. De tarieven waren: 5, 10, en 15 cent.

De eerste Belgische postzegels verschenen in 1849.


Een inspecteur van de Belgische Posterijen werd in 1840 naar het Verenigd Koninkrijk gestuurd om het Engelse systeem te onderzoeken. In 1847 werd een wet aangenomen die het gebruik van postzegels regelde. De eerste Belgische postzegels verschenen in 1849. Ze werden gedrukt in Brussel, van platen die waren gemaakt door graveur Jacob Wiener, en toonden koning Leopold I, naar een portret van de Brusselse schilder Charles Baugniet. Het papier was handgeschept en voorzien van een watermerk, en de zegels waren ongetand. De tarieven waren 10 centimes en 20 centimes. Een paar maanden daarna is de tweede reeks zegels uitgekomen. Deze uitgave verschilt van de eerste qua achtergrond (gebladerte). Verder werd er ook een 40 centimes toegevoegd voor post naar Frankrijk, Groot-Brittannië, Luxemburg en Zwitserland.

Terug    DE TOEKOMST VAN DE POSTZEGEL

De postzegel is oorspronkelijk uitgevonden om het overbrengen van post efficiënter te laten verlopen. De zegel is nu niet meer uitsluitend een kwitantie voor een nog te verlenen dienst. Het beeld van de postzegel wordt steeds belangrijker, zoals o.a. blijkt uit soms felle reacties van politici en burgers. De functie van de postzegel is thans zeer gevarieerd: er wordt gecollecteerd voor goede doelen, en er worden belangrijke gebeurtenissen en personen herdacht, toeristen worden gelokt, opvoedkundige en gezondheidsadviezen worden verstrekt, waarden en normen en vredesboodschappen worden overgebracht en soms fungeert het zegel als politiek propagandistisch affiche. Een zekere mate van vercommercialisering is bij veel postbedrijven zichtbaar.

Terug    WAT IS FILATELIE

Filatelie is de liefhebberij voor het verzamelen van postzegels. Het woord filatelie is een samentrekking van de Griekse woorden phileon en ateleia die respectievelijk "houden van" en "Vrij van Belasting" betekenen. De term filatelie werd voor het eerst in 1864 voorgesteld in een postzegelblad door de Franse verzamelaar Georges Herpin. Postzegelverzamelingen worden meestal opgebouwd op land, maar vaak ook op thema (thematische filatelie), bijvoorbeeld ruimtevaart, bloemen of componisten. In sommige landen worden speciaal voor de verzamelaars grote aantallen postzegels gedrukt. De grootste postzegelverzameling ter wereld bevindt zich in het British Museum in Londen. Ook het Museum voor Communicatie in Den Haag heeft een grote verzameling, met onder andere een exemplaar van een van de zeldzaamste postzegels ter wereld, de blauwe Mauritius. Hoewel de meeste mensen bij het horen van het woord filatelie denken aan het verzamelen van postzegels, moet worden opgemerkt dat filatelie eigenlijk meer is. Ook het verzamelen van andere elementen die met het verzenden van post te maken hebben behoren bij de filatelie. Daarbij kan men denken aan stempels, postzegelboekjes, automaatzegels, dienstzegels enzovoorts. Ook het verzamelen van eerstedagenveloppen is een veelgeziene liefhebberij. Een specialisatie in de filatelie is nog de eo-filatelie, die zich bezighoudt met post uit de tijd dat er nog geen postzegels waren.

Een zeer strikte opvatting van filatelie is dat deze zich bezig houdt met de studie van bovengenoemde elementen, en niet zozeer met het verzamelen ervan. Sommige filatelisten zijn van mening dat er pas van filatelie mag worden gesproken als er 'wetenschappelijk' wordt verzameld (“de filatelie begint waar de catalogus ophoudt”), maar de gangbare praktijk is dat iedereen die postzegels verzamelt zich filatelist noemt.

Postzegels verzamelen


Postzegels bewaart men in albums. Deze bestaan of uit algemene albums met insteek mogelijkheden of specialistische albums. Deze laatste is bijvoorbeeld een land. Voor iedere postzegel is er een aparte ruimte en deze worden ingevoegd in speciale en beschermende hoesjes. De bladen zijn los in te voegen, zodat men kiezen voor bepaalde periodes en kan men eenvoudig nieuwe bladen toevoegen. Postzegels kan men onderscheiden in postfris (ongebruikt), gebruikt en geplakt op eerstejaars uitgaven. Nieuwe postzegels plakt men vaak op speciale enveloppen voor verzamelaars. Meestal hebben de postfris postzegels een hogere waarde, maar soms zijn gebruikte postzegels meer waard. Soms worden postzegels ook als een velletje uitgegeven. Dit zijn een aantal postzegels die met een buitenrand aan elkaar verbonden zijn. De belangrijksten zijn van gemengde waarde, dus niet vier postzegels van tachtig cent aan elkaar. Postzegelverzamelaars zijn gek op fouten en misdrukken. Niet alleen zijn deze veel zeldzamer, maar ook veel meer geld waard. Daarnaast zijn er ook postzegels die (in beperkte oplage) uitgegeven worden voor speciale gebeurtenissen. Het aanraken van postzegels met de vingers probeert een echte filatelist te vermijden. Dit in verband met de kans op beschadiging en de altijd enigszins vette vingers. Postzegels verplaatst men met een pincet. Op den duur wordt men daar erg handig in. Voor een postzegelverzamelaar is het zeer vervelend als een postzegel beschadigd raakt. Een omgevouwen hoekje of een afgebroken karteltje kan een ramp zijn. Postzegels zijn er in vele prijsklassen. Van duizend postzegels voor vijf euro tot diverse tonnen voor een enkel exemplaar. Een van de grote kunsten is te proberen een bepaalde verzameling compleet te krijgen. Daarvoor struint men beurzen, clubs en postzegelwinkels af. Internet is een aanvullende mogelijkheid geworden. Dit maakt de keuze vele malen groter en kan men sneller kiezen. Kritiek punt is wel dat een filatelist het zeer belangrijk vindt om een postzegel te bekijken voor de koop. En dit is lastig online.

Terug    BRONVERMELDING

Website WIKIPEDIA

En natuurlijk de website van Sam Davids over veldpost



  Laatste update :
Valid XHTML Copyrights (c) - VoorElk